About this episode
Get every episode summarized
Each time Zeg het in het Nederlands publishes, we email you a written briefing from the transcript — the topics, who appeared, and any specific claims, with the ad reads skipped.
Email me new episodesFree for 3 shows. No card needed.
Hosts & guests
Transcript ready
418 searchable segments. Every word is indexed and playable.
Full transcript
Zeg het in het Nederlands — 55 Zeg het in het Nederlands. Machine-transcribed; use the interactive transcript above to jump the player to any line.
Zeg het in het Nederlands, te zetendadschpotkaast. Nummer 55. In deze aflevering praten we over in z'n uur Cornelis Leely. De man van de zuidenseewerken en de afsluitdijk, een man met een plan, een echte doorzetten die de vorm van Nederland voorgoed heeft veranderd. Veel plezier bij deze 55. de aflevering van Zeg het in het Nederlands. Hallo, lieve luisterhars. Fijn dat jullie er weer zijn. De vorige keer vertelde ik jullie over de terpen en de dijken in Nederland. Wat ik jullie nog niet vertelde was de naam van een man die heel belangrijk is geweest voor Nederland en het water.
Hij was in z'n uur politicus en visionair. Ik heb het over in z'n uur Cornelis Leely. De bedenken en de draai van de kracht achter de zuidenseewerken. En de zuide zeewerken, dat was de naam van het grootste patebalkundige project in de Nederlandse geschiedenis. Hij zorgde dat een gevaarlijke binnenzee kon veranderen in veilige polders, met vruchtbare landbouwgrond, met nieuwe woonplaatsen, en een groot drinkwaterrisservaar er midden in, het ei zon meer. Hij maakte het plan en bleef er lang voorstrijden, een man met een doel, een doorzetter. Hij was vast houdend, hoeveel tegenslagen er ook waren.
Dankzij zijn harde werk, kon de zuider zee uiteindelijk worden afgesloten, met de afsluitdijk. En er kon nieuw land worden gemaakt. Dat heeft Nederland enorm veranderd. Toen ik nog op school zat, leerde ik dat Nederland elf provincies had. En toen ik al lang van school afwas, kwam de twaarde provincie erbij, de provincie Vlevo land, de jongste provincie van Nederland, allemaal Polderland, nieuw land, gewonnen uit de zee. Corneles Leely heeft dat allemaal bedacht en uitgereekend. Niet helemaal alleen natuurlijk, en de uitvoering is ook een beetje aangepast, maar het was wel zijn plan en zijn enthousiasme en zijn harde werk dat het uiteindelijk mogelijk maakte.
Hij heeft niet meer meegemaakt hoe zijn plan ook echt werkelijkheid is geworden. Hoe de Polders er ook echt kwamen, maar hij had ze wel bedacht en in een plan uitgewerkt en hij heeft ervoor gevochten dat de regering en na lange tijd toch ja tegen zijn. Maar het ging niet allemaal vanzelf. Korneles Leely werd op 23 september 1854 in Amsterdam geboren, als zeven de kind in een gezin van negen kinderen.
Zijn vader was maakelaar in Graanen en Zade, hij handelde in landbouwproducten en daar verdiende hij heel veel geld mee. Het gezin woonde in een prachtig heerenhuis aan de leidsengracht in het centrum van Amsterdam. De vader van Corneles liet ook een mooi buitenhuis bouwen aan de rand van de Veluwe voor vakanties en ontspanning. De familie Leely hoorde dus echt tot de gegoeden burgerij, zoals dat in de 19e heeuw heeten. Vader Leely was heel erg geïnteresseerd in politiek en maatschappij. Hij had een grote vriendekring met mensen die macht en invloed hadden, mensen die iets te vertellen hadden. Hij vond techniek heel interessant, zoals stonkracht, waterwerken en openbare werken die de infrastructuur verbeterde.
Bruggen, kanalen, viaducten, wegen. Hij bezorgd graag plaatsen waar de mensen bezig waren iets te bouwen en dan nam hij zijn kleine zonje Corneles mee. In de 19e heeuw gebeurde er van alles. De industrielle revolution was in Engeland begonnen, maar Nederland was meer een handelsland. De industrie en de techniek kwamen hier wat later, maar rond 1850 was hier ook alles in beweging. Nieuwe techniek, maar ook nieuwe politiek. Verlichtingsidealen van Engelse en Franse filosofen. Die brachten veel nieuwe ideeën. Er was net een nieuwe grond werd in Nederland gekomen. Daarin stond dat de staat Nederland dus alleen kan bestaan met de steun van de bevolking.
Mensen zijn geen onderdaan van een koning meer, maar volwaardige staatsburgers, met allemaal dezelfde rechten. Of je nou protestant was, joots, catoliek, dopes gezint, of reik of arm. Dat was voor die tijd niet allemaal gelijk. Toen hadden alleen protestanten alle rechten en rest niet. Dus dat was allemaal nieuw. De familie Lely was dopes gezint en langer tijd mochten dopes gezinnen mensen alleen handelderijven of ambachten uitovenen, maar niet in de politiek of belangrijke functies voor de staatvervullen, dat mocht niet. De nieuwe grond werd wel. Er kwamen nieuwe scholen en wetten om de kennis van alle mensen te vergroten. De rechten van elke staatsburger kwamen netjes op papier te staan.
Er kwamen ook betere werkplaatsen en er werden huizen gebouwd voor arbeiders en er kwamen verzekeringen. Zo kwamen niet alleen technische en industrieele veranderingen. Er kwamen ook sociale veranderingen in Nederland. Een heel interessant tijd. En in die tijd groeide de kleine Cornelis Lely dus op. Weten kon hij het niet hebben. Toen hij elf jaar was kwam hij van de lageren school. En precies op dat moment was hij net een nieuwe school opgericht. De HBS, de hoogere burgerschool. Dat was eigenlijk een soort gymnasium, maar dan zonder latijn of riks. Deze school was bedoeld voor mensen die geen geleerde of wetenschappen wilden worden, maar bijvoorbeeld ondernemer of ontwerper.
De HBS gaf een brede opleiding met veel nuttige kennis. Cornelis kon goed leren. Hij was gek op algebraa en rekenen. Hij was goed in natuurkunde en wiskunde. Hij was de beste van de klas. Vijf jaar lang ging hij met heel veel plezier naar school. Hij was 16 toen hij zijn HBS Diploma kreeg. Tana ging hij met één van zijn broers een paar maanden door Europa Rijzen om de wereld te leren kennen. En weer had hij geluk. Toen hij terugkwam van de Rijs was er net een nieuwe academie gekomen. De Politechnische school in Delft. Dat is nu de technische universiteit in Delft. Daar kon je weer in gebouw studeren. Of waterbouw, bouwkunde, architectuur.
Daar kon je in zijn jeuer worden. In de scheepsbouw, of de werktuigbouw, of in de mijnbouw. Dat vond Cornelis allemaal heel interessant. Zijn vadervroeg, of hij dominebouw worden, of dokter. Maar hij zei dat hij graag iets groots wilde doen in zijn leven. iets groots om Nederland beter te maken. Deze studie in Delft was precies wat hij nodig had. Hij begon daar in 1871 met de studie Sivil Inzingeur. De directeur vond het belangrijk dat Inzingeurs niet alleen bouwers waren. Praktie zijn handig, maar dat ze ook de wetenschap gebruikten in hun werk. Ze moesten metingen doen en alles berekenen en onderzoeken voor dat ze begonnen met bouwen. Dat was toen nieuw.
En Cornelis studeerde keihard. Hij trok veel op met zijn studiegenoten, ook in zijn vrijetheid. Ze bespraken projecten met elkaar en discussieerden over allerlei nieuwe technieken, nieuwe materiale en nieuwe manieren van werken. Ze schreeven artikelen in tijdschriften en hadden echt het gevoel dat ze heel belangrijk zouden worden in de moderne tijd. Met hun kennis konden ze mee helpen om het land echt vooruit te helpen. Cornelis en zijn studiegenoten studeerden in 1875 af. Inzingeurs waren in die tijd heel belangrijk voor de ontwikkeling van het land. Dat kon je met je eigen ogen wel zien. Overal kwamen fabriken, spoorbruggen, stonmaschines, stongemalen, bouwwerken, kanalen en autowegen.
Cornelis was graag gaan werken, maar hij kreeg eerst alleen maar tijdelijke baantjes. Hij hielp met het bouwen van een spoorbrug, of een sluis, of werkte voor projecten om een rivier te verbeteren. Hij schreef ook een advies voor de minister over kanalen. Hij deed meetingen, maakte reken sommetjes, allemaal goed om ervaring op te doen, maar hij was er niet tevreden mee. Maar om niet? Nou, hij had een meisje leren kennen. Dat was gebeurd op de bruinloft van zijn broer. De bruit had namelijk een leuke jongensus, miss. En Cornelis werd verliefd op meis. Regelmatig ging hij bij haar familie op bezoek in Amsterdam, maar zo lang hij geen vast werk had, kon hij haar niet ten huurlijk vragen.
Zonder vast inkomen kon je geen gezinsdichten. Zo ging dat doen, hè. Pas in 1881 kreeg hij zijn eerste echte baan. Hij moest het oud Amsterdam's pijl overal omrekenen naar het nieuw Amsterdam's pijl. En AP, dat later normaal Amsterdam's pijl is genoemd. Die tabelle gebruiken we nu nog steeds voor de water hoogte. Nu had hij een vaste baan, en nu konden ze trouwen, en dat deden ze nog in hetzelfde jaar vlak voor kerstmus. Hij ging met miss in leiden wonen. Hij vond het werk wel een beetje saai, te veel burrowwerk, allemaal papier. Twee jaar later, toen hun eerste zoon was geboren, kon Cornelis aan de slag, met echt in zijn juurswerk, de loop van een rivier verbeteren tussen deventer en duitzland.
Ze gingen in deventer wonen, maar helaas het project kreeg al gauw geen geld meer, en moest stoppen. Zo ging dat vaak. In die tijd hadden miss en Cornelis een tweede zonje gekregen, en er was net een derde opkomst, maar Cornelis had nu geen inkomen meer. Door geldgebrek moest het jonge gezinnetje bij de ouders van Lele in huis gaan wonen. Dat was geen gemakkelijke tijd. De vader van Cornelis had gehoord dat er misschien een vereniging zou komen, de zuider zee vereniging. Deze club ging onderzoeken of je de zuider zee kon afsluiten, en of deze zee misschien kon droog leggen. In Nederland dachten veel mensen al eeuwen lang na over hoe ze de zuider zee konden, temmen, als of het een wild dier was.
Ze hadden mooie dromen en ideeën, maar niemand wist nog hoe je zo iets moest aanpakken. Cornelis Lele vond het heel interessant. De vereniging was er nog niet eens, toen hij afvast de bibliotheek van Delft in Doek. Hij leende alle boeken die hij over de zuider zee kon vinden en nam ze allemaal mee naar huis. Anderen, die ook iets over dit onderwerp wilde lezen, kregen bij de bibliotheek te horen dat er geen enkel boek meer beschikbaar was. Lele dook er helemaal in, hij las over alle oude plannen en fantasieën en bestudeerde ook de nieuwe ideeën. Zo leerde hij in korte tijd heel veel over de zuider zee. En dankzij zijn studie in Delft wist hij nu ook hoe je deze zee echt kon stemmen.
In die tijd was er een enthousiaste, vrisse politicus die zelf ook zo'n dromenplan had gemaakt en aan het parlement had voorgelegd. Maar hij was geen in z'n jeur en de in z'n jeur slachten hem uit. Een andere politicus zijn na de vergaardering tegen zijn vrisse collega, dat je wat handig is, je moet zo iets niet zo maar balm voorstellen, je moet het belang van het plan aantonen, je moet zeggen dat de mensen er iets aan zullen hebben, dat het hun iets gaat geven. Ze moeten inmers ook ofers brengen, je moet zeggen dat je een onderzoek wilt naar de mogelijkheden, de wenselijkheden en de voordelen van de afsluiting van de zuiden zee. Dat was een lange zin, mogelijkheden, wenselijkheden, voordelen, mooie parlementaire taal.
Hij bedoelde, je moet zeggen wat kunnen we doen, wat willen we doen en wat heeft Nederland er aan, dat gaan we onderzoeken. Een zo goed politiek advies of niet, het werkte in elk geval wel. En zo konden ze de zuiden zeevereniging oprechten en echt aan de slag met dat onderzoek. Cornelis Leely stond er klaar om mee te doen, hij werd technisch onderzoeker en assistent van de hoofd in hun jeur. Dat was in 1886. Ik kwam al gauw een eerste rapport. Ze gingen kijken of er een lange dijk in het noorden kom komen van Noord Holland naar Vriesland, om de zuiden zee af te sluiten. De belangrijkste zeehaven van Vriesland haar lingen kon openblijven. Dit moest allemaal nog wel verder onderzocht worden, maar als je vandaag de dag naar de kaart van Nederland kijkt, zie je precies wat ze toen al bedachten.
Eén lange rechten streep van links naar rechts, de afsluidijk. Maar zo ver was het nog lang niet. Dit was nog maar het eerste rapport. Er moesten nog veel meer rapporten komen. Hij laatst daar gebeurde het al weer, het geld raakte op. De vereniging had te weinig geld, en toen kreeg ze ook nog Ruzie met elkaar. De hoofd in zijn jeur gooide de handdoek in de ring. Dat betekent dat hij ermee stopte, Leely volgte hem op. Maar er was dus helemaal geen geld om iets te doen. Eigenlijk moest hij stoppen, maar toch ging hij door, want hij vond het project heel belangrijk. Hij mocht een schip lenen van de mariner om de bodem van de zuiden zee te onderzoeken, met een pijl stok en hij ging zelf de zee op.
Zo verzamelde hij allemaal bodemmonsters, kleine stukjes van de bodem, die hij netjes in dozen ging opbergen. Hij wist nu precies waar in de zee goede klei gronden te vinden waren, geschikt voor landbouw en waar de zandgronden waren, geschikt voor water. Soms gebruikt hij ook zijn eigen geld, gewoon omdat hij zo enthousiast was. Hij schreef in een paar jaar tijd acht technische rapporten met tekeningen.
Hij kende alle plannen die er ooit waren geschreven over de afsluiting en de drooglegging van de zuiden zee. Hij maakte van die ideeën en dromen een echt plan, een realistisch scenario. Gebaseerd, op metingen en berekeningen en onderzoek, precies zoals hij dat op de politechnische school in Delft had geleerd. Dat was echt iets wat Lele heel goed kon. Het was niet een leuke hobby of een droom, het was nu echt een uitvoerbaar plan, iets wat gebouwd kon worden. Het plan met de uitwerking lag klaar in 1891. Maar ja, het zou wel geld gaan kosten. Het zouden zeepland, met de afsluidijk en de drooglegging voor nieuwe polders. Zou je wel in 32 jaar kunnen doen en dan had je er in totaal 232.000 hectare land bij gekregen.
Dat is 2334 km. En de kosten waren dan 199 miljoen gulden, nou dat is nu ongeveer 2 miljard euro. Het Nederlandse parlement moest dus beslissen of ze wel zoveel geld wilden uitgeven. En daarom willen de allemaal brochures gemaakt en artikelen geschreven om een beetje reklamen te maken voor het plan. Lele was er nog mee bezig. Toen hij een telegram uit Den Haag kreeg. Of hij misschien minister wou worden. Minister van water staat, handel en neiverheid. Daar zei hij ja tegen. En zavonds ging hij naast zijn vrouw voelenspiegel staan. Hij nam zijn hoed af. En zei dag excelentie. Want zo sprak je toen ministers aan.
In Nederland bestaat de regering meestal uit verschillende partijen. Daarom kun je niet zomaar je gang gaan als minister je moet veel overleggen. Lele stelde een commissie in die het Zuiderseplan ging voorbereiden voor de politiek. Het plan had nog een lange weg te gaan. En minister Lele moest ook veel andere dingen doen. In deze tijd van technische ontwikkelingen moest er ook veel nieuwe wetten komen. Over auto's en auto wegen bijvoorbeeld. Of over de avonds in Nederland. De spoorwegen en bruggen en noemen op. En ook sociale wetten over ongevallen en uitkeringen. Daar had Lele het heel druk mee. Hij vond die wetten heel belangrijk. Hij was minister in twee regeringen.
Maar ook voor een minister was het moeilijk om de politiek zo ver te krijgen dat ze ja zij de tegen het Zuiderseplan. Nee, niet gelukt. Want toen kwamen er nieuwe verkiezingen en een andere partij kwam aan de macht. Lele was geen minister meer. De nieuwe regering moest niets hebben van het Zuiderseplan. Die vonden sociale wetten veel belangrijker. Het Zuiderseplan verdwen in de la. En Lele kwam in het parliament. De nieuwe minister van water staat. Vond hij maar lastig. En wou dat Lele een tijdje ergens anders naar toeging. Zo kreeg Lele een baan aangeboden als goeferneur in Suriname. Dat was toen nog een Nederlandse kolonie in South America. Lekker verweg om niets te eens maar vragen over die zuiden zij te krijgen.
Dat dachten de nieuwe minister Cornelis was een paar jaar verweg aan het werk in Suriname. Waar een spoorlijn werd aangelegd bijvoorbeeld. Maar daarna kwam hij toch graag weer terug naar Nederland. Lele was een voelhouden maar geen vechterse baas. Hij maakte nooit Russie. Hij had een rustige, bestuurstijl. Maar hij werkte wel stucht door. Hij zei nooit, laat maar zitten. Hij ging net zo lang door tot dat het gelukt was. Hij was altijd actief. Hij werkte veel en in zijn vijf. En in zijn vrije tijd ging hij graag zwemmen in de zee bij schreveningen, ook als het koud was. Hij was gek op schaatsen, op natuurijs en wandelen deed hij ook veel. En zijn gezin vond hij heel belangrijk. Hij besteden veel aandacht aan zijn kinderen.
En hij bleef altijd geïnteresseerd in techniek. In een van zijn berieven, schreef hij, hoeveel je ook studeert, het is de praktijk die je pas echt tot een goede insingueer maakt. En hij schreef ook, juist succes als insingueer hangt niet af van vol maaktijd, dus niet van perfectie van onze advizen. Want het is ook belangrijk hoeveel tijd hier gebruikt en hoeveel takt je hebt om door te zetten, schreef hij. Ons leven is de kort om het vol maakte te bereiken en geen fouten te begaan. Veel beter is het, om van tijd tot tijd gewoon door te pakken, knopen door te hakken, op het gevaar af, dat je af en toe een fout maakt. Cornelis Lely, heel vol, ook toen hij in een moeilijke tijd terechtkwam.
Zijn zonetje, Steve, aan de ziekte, Diff3. Het jongetje was nog maar twee jaar oud en miss en Cornelis waren RK pot van. Twee jaar later overleed de vader van Cornelis en weer twee jaar later ook zijn moeder. En in datzelfde jaar stierf ook nog hun babytje vlak naar de geboorte. En toen kwam er ook nog een politieke crisis en viel de regering waarin Lely minister was. Lely was de twee keer minister, hij was een tijdje Kamerlid, hij was goeferneur in Suriname. En toen hij terugkwam in Nederland werd hij wet houder in Den Haag. Onde zijn leiding werd er daar veel technische projecten gebouwd. Een vissershaven, een nieuwe kanaal en er waren ook sociale projecten. Maar het zouden zei plan dat lacht nog altijd heel diep in de laa.
In 1913 werd hij voor de derde keer als minister gevraagd. Hij zei dat doe ik alleen als het zouden zei plan weer op tafel komt en in het regeringstprogramma wordt opgenomen. Dat plan was inmiddels dus al 20 jaar oud, maar hij geloofde er nog steeds in. Ze zeiden ja, hij werd weer minister en eindelijk kwam het weer op de agenda. De koning in las het zelfs op printjesdag 1913 voor. Alles leek dus eindelijk goed te gaan. Maar toen Cornelis en Miss in August de 1914 op vakantie in Marienbad. In Duitsland waren, brak de oorlog uit, de eerste wereld oorlog. De regering vroeg Cornelis zo snel mogelijk thuis te komen.
Hij en zijn vrouw reizen snel terug. Maar toen Miss Haakoffer thuis stond uit te pakken, kreeg ze een behoerde. Ze raakte in coma en overleed. Ze was nog maar 52. Miss was zijn grote liefde, de moeder van zijn 6 kinderen. Cornelis was het totaal kapot van. Hij ging wel vrij snel weer werken, maar hij had een half jaar nodig om weer tot zichzelf te komen. En raakte hij er nooit meer helemaal overheen. Lely zat dus in de oorlogs regering. Nederland was neutral in de eerste wereld oorlog, maar de minister kwamen wel elke dag even bij elkaar om de situatie te bespreken. Sommige ministers wilden meefijchten tegen Duitsland en andere niet.
Dus ze moesten steeds met elkaar discussieren. Nederland bleef neutral, maar met de economie ging het heel slecht. Er was geld noot, er was hoge inflatie. Stets meer mensen hadden geen werk meer. En er was hongersnoot, er brakken rellen uit. Het grootste probleem was wel dat Nederland veel te afhankelijk was van het buitenland. Dat werd in oorlogs tijd peinelijk duidelijk. Afhankelijk van andere landen voor voedsel, bijvoorbeeld graan uit Amerika. Voor brandstofen energie, bijvoorbeeld olie en steenkol uit Duitsland. En voor zeevaart en de handel over zee. Want Engeland was de baas op de zeeen. Nederland zou minder afhankelijk moeten zijn, zijde ze.
Het zuiden zeeplan gericht op extra landbouwgrond. Dat plan, dat nog altijd in de laag lag, begon nu een beetje te trillen en te gluiden. En Lely halde het afvast naar boven. Stoffte het af en maakte het actueel. Hij deed een paar aanpassingen en was het misschien nu tijd om de zee te gaan droog leggen. Meer landbouwgrond om voor ons eigen voedsel te kunnen zorgen. Hij stelde de vraag, maar de minister van oorlog zij, nee, het kan niet. We moeten het water houden om het land onder water te kunnen zetten als verdediging. Voor de inundaties, zoals we dat eeuwenlang hebben gedaan. En andere ministers vonden het zonde van het geld, die graven het geld lieven aan sociale woningen of hulp aan werklozen.
Maar zoals jullie weten, heb je in de politiek meestal een incident nodig om een beslissing te forceren. En dat incident werd door de natuur gegeven in januari 1916. Toen stakker een zware storm op. De zuider zee begon te koken en te bruizen. Er waren veel overstromingen en een flink aantal dorpen langs de zuider zee kust kwam in de problemen. Dat was het moment voor Lele, om uiteindelijk toch het zuider zeeplan op tafel te leggen. Het was goed tegen de werkloosheid, want er konden duizenden mensen aan het werk. Het was goed tegen de hongersnoten in de toekomst, want nu kon Nederland zelf zijn voetselregelen. En het was ook nog goed voor de veiligheid, want met de afsluitdijk had je geen overstromingen weer.
Bam! En alle partijen zijden ja, eindelijk. In maart 1918 werd het plan aangenomen. Toen Cornelis Lele, na de stemming naar buitenliep op het binnenhof, stond er een groepje studenten uit delft op hem te wachten. Ze applaudiseerde en zongen hem toe. Dat deed hem erg goed. De aanhouder wind, zeggen we in het Nederlands, wie aanhoud, wie volhoud dus, die krijgt het gedaan. In juni dat jaar zetten de koning in haar handtekening onder de zuider zeewet en konden de voorbereidingen van de bouw beginnen.
Cornelis Lele heeft het begin nog meegemaakt in juni 1920. De polde weeringen meer werd als eerste stap van het project drooggelegd. En ook het begin van de afsluitdijk heeft hij nog gezien. Maar in 1929 overleed hij aan een hard aanvall. Zijn dochter vond hem op 22 januari dood naast zijn geliefde bureau. Het zelfde bureau, waaran hij alle plannen had geschreven. Hij had een net weer een paar papieren zitten lezen, en toen is hij gestorven. Hij werd in Den Haag begraven bij zijn vrouw. De domine zei, Lele was niet alleen een man van beton en eisen, maar ook een man met een ziel, een man van het volk.
Dat klopt ook wel. Hij kon altijd goed opschieten met de werklui. Hij hield rekening met ze en zorgde dat ze een goed onderkomen hadden op de bouwplaats. Een ruimte onder ons pannen, of een biertje te drinken en een ruimte om naar de kerk te gaan. Lele bezorgde bouw altijd in drie delig kostum, omdat hij het gezag vertegenwoordigde, zei hij. Maar hij was nooit arrogant of unfriendelijk. Lele was dus een man die veel ons land heeft betekend. Hij had een levens motto, een advies dat zijn vader hem ooit gaf. Het is een oud frans gezegde, en ik hoop dat ik het goed uitspreek. Fé secutu doa, ehadvien kupura. Het betekend, doe wat je moet doen, en laat gebeuren wat er gebeurt.
Dus volg je plicht ook als dat de risico's met zich mee brengt. In Emmelhoord, de hoofdplaats van de Noord-Oost-Polder, kun je het levens motto van Cornelius Lele op het caraldion van de Poldertoren zien staan. Daar vertalen ze het zo. Doe wat moet, wat er ook van komt. Ik zie het vooral als een advies om je visie en je geweten te volgen. En vol hardend en moedig te zijn, wat er ook gebeurt. En daarvan is Cornelius Lele een heel goed voorbeeld. De hoofdstad van de nieuwe provincie Vlevoland, die pas na zijn dood werd gebouwd, is na hem genoemd. Lele stad. Op de afsluitdijk staat zijn standbeeld. Hoog op de dijk met een flapperende jas. Op laar ze.
En met het zuiden zeepland in de hand. Laatten we nog even luisteren naar de achterkleinzone van de Inzingeur. Deze achterkleinzone Jan Lele was zeven jaar oud toen het standbeeld van zijn overgrootvader bij de afsluitdijk werd neergezet. Het was op de honderdste gebouwddag van Cornelius op 23 september 1954. Jan was met zijn zusje bij de officiële ontheuling door de koning in. Hij vertelt jaren later aan de regionale omroep van Noord Holland, hoe dat was. Ze varen langs de afsluitdijk. En daar was het. En hier kwam de helikopter met de koning in Jorijana. En hier stonden alle durgen meestals en ze voort mee. Hoog erroeden op en die ze moesten vast houden, want ze zijn grote helikopter.
Die gaf enorm veel wind. Mochten kon je een bloemen aanbieden? En mijn zusje mocht de vrouw van de ministerpräsident, vrouw Drees, ook bloemen aan Bieden. Ze vond ze wat zij en ze heeft die bloemen aangeboden. We is toen haastig naar de koning in geholt, want het vond ze eigenlijk toch wel leuker. Hoe laat was je toen? 7. Dus het is bijna 70 jaar geleden. Daar begon eigenlijk ook mijn belangstelling voor de daden van mijn overgotvangen. Ze is haastig naar de koning in geholt, Holland betekend rennen. Ze ren de haastig met haast, naar koning in Jorijana. De koning in was met een helikopter gekomen en die gaf veel wind. De burgemeesters moesten hun hoog gehoed goed vast houden. Je hoort nu een stukje uit het bioscoopjournaal.
En daarna praten ze weer verder. Dr. In zijn jeur Cornelis Lele. Het heeft geduurd tot 1918 voordat het plan dat hij in 1891 gaat ontwerpen voor de droogmaaking van de Zuiderzee door de volksrotegenwurdering werd goed gekuurd. In dit plan was de afsluidijk de eerste en voornamelste factor. Wat was nou belangrijker voor In's Jor Lele? De veiligheid of het feit dat er een nieuw land gewonden werd? De veiligheid zonder 1,25. Want er was nog wel wat voorgevallen. De overstroming in 1916 en daarvoor. En dat moet we niet hebben. Dus behoorlijk veel schade aan gericht, maar ja, uiteindelijk was ook het doel natuurlijk. Want in de eerste wereldoorlog is er een ondersnoud geweest. Eindappel oproer is er opgevolgd. En dat was ook een week-up-call. We moeten toch niet alles maar importeren, maar ook gewoon weer akkers met graan en dergen.
En in onze eigen voedsel kunnen voorzien. Waarom? Waarom is vandaag de dag nog steeds belangrijk om te vertellen wie hij was? En wat hij heeft gedaan? Het is toch een voorbeeld voor de jeugd. Kijk eens wat je kan bereiken. Als je maar doorzet, als je planen hebt als je ideeën hebt, dan moet je daar hard aan werken en dan blijven werken. Dat kan 10, 20, 30 jaar in duren, maar dan heb je ook iets voor elkaar gekregen. En dat geldt dat ook voor jou, want jij als 7-jarige hebt je dat toen ook overien? En dat is een slechte rol om de nagedachten in de leven te houden. Maar dat doorzetingsvermogen heb ik ook wel. Maar je ziet voor jou een inspiratie, broen? Ook zeker, ja. Vooral in wat verwerken je om te doen. Maar op het begin met het denk ik, ja, het luk niet. Ga ik door of ga ik niet door? Met wel een meer bezor ben. En daar heb ik er echt wel, denk ik, van hem geeft dat je gewoon doorgaat.
Net zo lang tot het lukt. Je lijkt ook een beetje op hem, hè? Dat wordt gezegd in de familie weer. Ja. Het leelie hoofd. Dat komt vaak terug in de familie. Ja. Het is een soort jaar, ik ben hier hoe dat moet beschrijven. Het leelie hoofd is dan. Dan mag je westprost op zijn, toch? Ja hoor. Ik draag het met plezier mee op mijn grond. Niet alleen op de afsluitdijk, maar ook in leelie staat zelf. Stat een standbeeld van Inse Newer Leelie. En in het Zuiderzee Museum in enkehuizen kun je zijn originele buuropen kijken
met de plannen en rapporten erbij. Een enthousiaste inwoner van Leelie stad. Het voegd heeft de afgelopen 25 jaar alles over Cornelies Leelie verzameld. Zijn verzameling heeft hij kort geleden overgebracht naar het Vlevo Lands Archief, waar ze nu bezig zijn om alle knipsels, boeken, films en foto's te digitaliseren zodat je ze online kunt bewonderen. Over de afsluitdijk en de nieuwe polders en wat er daarna allemaal gebeurde, en ook hoe de politiek daarna is veranderd, dat vertel ik graag in een volgende aflevering.
Bedankt voor het luisteren. Ga naar dodgeedium.com om een paar video's te kunnen bekijken. Je kunt daar ook een reactie sturen en een donatie doen. En daar kun je ook de geschreven tekst van deze aflevering en eerderen afleveringen kopen. Daarmee help je deze podcast te bestaan. Dankjewel en tot de volgende keer.
More episodes
More from Zeg het in het Nederlands

Even een kerstberichtje
Zeg het in het Nederlands

54 Zeg het in het Nederlands
Zeg het in het Nederlands

53 Zeg het in het Nederlands
Zeg het in het Nederlands

52 Zeg het in het Nederlands
Zeg het in het Nederlands